Schaakdagboek van een lanterfanter (2)

Door: Jan A. Van der Veen

Op 22 december zag ik Madonna ineens weer zitten op de tribune en ook een dag later zat zij op hetzelfde plekje. Maar ze was niet langer alleen. In haar gezelschap een soort bodyguard met kortgeknipt haar, in een zwartleren jack, een ribfluwelen broek en een grote neus. De man vertoonde een treffende gelijkenis met een enigszins neurotisch overkomend jongetje achter de borden. Dat kan niet missen, het moet z'n pa zijn, dacht ik onmiddellijk. Af en toe ving ik woorden als 'njet' en 'dobre' op. Ik besloot om me terug te trekken uit de amoureuze sector want stoken in een relatie is nooit mijn ding geweest. Ik vertelde m'n story aan de Chinees, die bijna niet meer bijkwam van het lachen. De naam van het jongetje is overigens Alexander Titov. Hij speelde in de C-groep.

Het Schaakfestival denderde uiteraard vrolijk voort en ik ging op 24 december op jacht naar nieuwe 'slachtoffers'. Wie liep ik stomtoevallig in het restaurant van het ACLO-Sportcentrum tegen het lijf? Evert-Jan Nienhuis. Als docent 40 uur per week in dienst van het Sportcentrum en trainer-coach van de vermaarde studentenvoetbalvereniging The Knickerbockers. Andermaal viel me een treffende gelijkenis op, die met z'n vader Henk. Dezelfde kop en dezelfde stem. Alleen is Evert-Jan wat meer gevuld. Onder het genot van een bakkie tikte hij in ijltempo een dubbele tosti naar binnen. Ik vroeg hem hoe het met z'n pa ging. 'Wel goed' antwoordde junior. 'Anderhalf jaar geleden was hij door medici helemaal opgegeven, maar met behulp van een andere arts en hard knokken is hij weer springlevend geworden'.

Henk Nienhuis speelde tien jaar betaald voetbal bij Veendam. Hij was een middenvelder met een grote actieradius. Z'n motto was: 'Als je na negentig minuten nog leeft is dat mooi meegenomen'. Een dubbele beenbreuk voorkwam z'n debuut in Jong Oranje. Daarna haalde hij nooit weer z'n oude niveau. Henk Nienhuis was later assistent-trainer en directeur van FC Groningen en hoofdtrainer en directeur van z'n oude liefde Veendam. Onder zijn leiding promoveerde Veendam tweemaal naar de eredivisie om er vervolgens ook tweemaal evensnel weer uit te vliegen. Sinds jaar en dag is 'Gekke Henkie' manager van Bas Dost, die nu een prima belegde boterham in de Bundesliga verdient bij VfL Wolfsburg en eerder speelde voor FC Emmen, SC Heracles en SC Heerenveen.

Terug naar het Schaakfestival. Zittend in de kamer van toernooidirecteur Jan Colly mocht ik de hand schudden van oer-Groninger Gert Ligterink. De man uit Oldekerk werd in 1979 tot verrassing van Jan en alleman schaakkampioen van Nederland. Illustere figuren als Jan Timman, Genna Sosonko, Hans Bohm en Hans Ree hadden het nakijken. Ligterink sloeg aanbiedingen om naar het Westen te verhuizen om daar z'n profloopbaan te vervolgen steevast van de hand. Hij hield van ruimte en relatieve rust. 'Ik ben zo op de fiets buiten de stad Groningen', verklaarde hij destijds. En z'n toenmalige vriendin zei zonder te blikken of blozen: 'Het stinkt daar in het westen'.

Gert Ligterink schopte het tot internationaal meester. De categorie grootmeester bestond toen nog niet. Hij eindigde op NK's in 1985 en 1986 nog als derde. In z'n wat jeugdiger jaren voltooide hij aan de RUG z'n studie Engels. Hij is al meer dan 25 jaar een zeer gewaardeerd schaakmedewerker en columnist van de Volkskrant. Sinds 17 november van het vorig jaar trekt hij maandelijks z'n welverdiende AOW. Het schrijven voor de Volkskrant blijft ie gewoon doen en het leveren van commentaar op partijen van het Schaakfestival is hem ook op het lijf geschreven.


Jan A. Van der Veen

Over Jan A. Van der Veen

Jan van der Veen werkte jaren voor het Nieuwsblad van het Noorden. Daarna als freelance journalist onder meer voor het Algemeen Dagblad, De Volkskrant, KRO, Veronica, Sport7 en SBS om zijn loopbaan vervolgens dicht bij huis af sluiten bij RTV Noord. Altijd in voor nieuwe dingen. Kritisch waar nodig, maar met name enthousiast.